Zeg wat vaker nee tegen de krant
Bestuurders hebben er last van. Volksvertegenwoordigers. Directeuren van welzijnskoepels, voorzitters van wijkcomités.
Allemaal lijken ze een bordje boven hun bureau te hebben gespijkerd: ‘Ik ben relevant, want ik sta in de krant.’ Zeker voor politici lijkt ‘het halen van de krant’ vaak het hoogste doel op aard. Op een doel na dan: figureren in een nieuwsitem op tv.
Die hang naar publiciteit is begrijpelijk en niet alleen omdat er geen politicus te vinden is die ook niet een beetje ijdel is. Politici worden in belangrijke mate afgerekend op hun zichtbaarheid. Door de kiezer, maar ook door hun eigen partij. Je kunt je vier jaar lang achter de schermen het vuur uit de sloffen lopen, als je partij en je kiezers hier geen weet van hebben zal herverkiezing niet eenvoudig worden. In een publieke functie zul je zo nu en dan publiek moet acteren. Maar daarmee is nog niet gezegd dat het halen van publiciteit voor een politicus of een bestuurder het hoogste doel op aarde is. Niet zelden staat publiciteit het behalen van een goed resultaat juist in de weg. Allereerst omdat de publiciteitsmachine nu eenmaal draait op conflicten en verschillen. Wanneer mensen het met elkaar eens zijn is dat zelden nieuws. Dat weten politici onderling ook. Publiciteit roept daarom al snel een tegenreactie op. Als politicus A van partij B voor oplossing 1 is, dan zijn wij, politici van partij C voor oplossing 2.
Wie mensen bij elkaar wil brengen doet dat niet in het zicht van de schijnwerpers maar organiseert een gesprek achter gesloten deuren in een setting waar mensen vrij uit kunnen spreken. De achterkamertjes zouden al lang zijn afgeschaft als ze niet zo effectief zouden zijn. Pas als dat niet lukt wordt het tijd om de zaak via publiciteit onder druk te zetten. Want zo gek we zijn op positieve publiciteit, zo bang zijn we voor negatieve. Een aanval in de krant werkt niet zelden als een mokerslag. ‘Help, brand we staan in de krant’. De voorlichter murmelt een eerste reactie: ‘Het is niet waar en bovendien hebben we het al opgelost’. Het gericht zoeken van publiciteit kan werken als een noodrem, of juist helpen een zaak eindelijk in beweging te krijgen. Er voor zorgen dat je weer aan tafel beland. Waar vervolgens achter gesloten deuren naar een oplossing wordt gezocht.
Publiciteit is geen doel maar een middel. Wie professioneel met publiciteit omgaat stelt zich bij iedere media actie de vraag: wat heb ik er mee te winnen, brengt het mijn doel dichterbij of loop ik juist een risico? Wie professioneel met publiciteit omgaat doet dit gedoceerd, weegt goed af of de actie/reactie de eigen agenda ondersteund, zegt vaker nee dan ja. Want de wegen naar eeuwige roem en de nooduitgang liggen dicht bij elkaar. Er is nog nooit iemand aftreden wegens een niet gegeven interview.

Maar wat te doen als je helemaal geen contact met de krant opneemt en de krant niet met jou, maar wel een stuk van je website plukt en het naar hartelust aanpast alsof het een persbericht van je organistaie betrof?
BeantwoordenVerwijderenIk heb het dan over het NHD/AC. Waarschijnlijk wordt het een boze mail aan de redactie, maar ik verwacht niet dat het zal helpen. De kans is groot dat ze het leuk vinden om zo hun rubriek met ingezonden brieven vol te krijgen.
(lastig om hier te reageren. OpenID en en http://fietsmaar.wordpress.com werken niet. Meestal gebruik ik op blogspot Naam/URL, maar die is hier helaas uitgeschkeld.)