Schaal
'Je moet een keer langs komen, dan laat ik je mijn stadsdeel zien.'
Thijs Reuten is op een prettige manier fanatiek. Als hij aan een klus begint, dan zal hij er iets moois van maken. Sinds een kleine twee jaar is hij stadsdeelbestuurder in Amsterdam Oost. Hoe lang nog? Dat is de vraag.
De stadsdelen zijn in hun huidige vorm niet populair. Niet populair onder de bevolking, volgens Maurice de Hond wil nog maar 18 procent van de Amsterdammers dat de deelraden in de huidige vorm blijven bestaan. Niet populair in Den Haag, waar de Tweede Kamer recent besloten heeft het fenomeen stadsdelen met ingang van 2014 op te heffen. De stadsdelen, ooit bedacht om het bestuur dicht bij de burger te brengen, zijn het symbool geworden van van bestuurlijke spagettie. Nu was het Amsterdamse model met 14 stadsdelen, 70 stadsdeelwethouders en meer dan 350 deelraadsleden natuurlijk ook vragen om kritiek. Terecht dat dit aantal bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen is teruggebrahct naar zeven. Maar die zeven ook afschaffen, dat is dan weer het andere uiterste.
Op zijn kamer laat Thijs me de kaart met bouwprojecten zien. 'Meer dan tachtig, gaat de wethouder bouwen en wonen op de Stopera straks die zeven keer tachtig bouwprojecten er even bijdoen? Thijs begrijpt er niets van. 'Ik weet precies hoe ieder project in elkaar steekt, wat de mensen in de straat er van vinden. Fiets er iedere dag langs. Op de Stopera weten ze veel van deze projecten niet eens op de kaart aan te wijzen. Precies de reden waarom stadsdelen ooit zijn ontstaan. Omdat stadsverniewingsplannen allemaal vanachter een bureau op het verre stadhuis werden bedacht.' Daar heeft Thijs een punt. Overdaad schaad, zeker, en je kunt zonder overdrijven zeggen dat de deelraad in Amsterdam Zuidoost zo nu en dan een kippehok is waarin tien verschillende nationaliteiten langs etnische lijnen de dienst uit maken. Maar je kunt evengoed zeggen dat het stelsel er toch maar mooi voor zorgt dat alle bevolkinsgroepen in Zuid oost daadwerkelijk een stem hebben. Dat de politiek dankzij al die stadsdeelvertegenwoordigers nog altijd kans ziet door te dringen tot in de haarvaten van de samenleving. Dat dit inderdaad tot veel gedoe leidt, maar wel zichtbaar en gereguleerd gedoe.
Waarom voeren we schaaldiscussies in Nederland altijd maar half? Aan de ene kant is er de schreeuwende behoefte aan 'kleiner'. De vraag naar hernieuwde gemeenschapszin, buurtzorg, de terugkeer van de wijkzuster. Beetje gek om dan de infrastructuur die daar bij hoort af te schaffen. Aan de andere kant is er een minstens even grote roep om 'groter': als het gaat om woningboouw, openbaar vervoer, economische bedrijvigheid, is het de regio die aan zet is, van Almere tot Zaanstad. Als we nu de gemeente Amsterdam eens opheffen in daar voor in de plaats de stadsprovincie groot Amsterdam oprichten, van Zaanstad tot en met Almere. Huisvesten we dat in Stopera. Laten we daarnaast in iedere kern groter dan 100.000 inwoners een 'Deelgemeentehuis' staan. Zouden we dan niet een mooi stapje verder komen?
'Ga eens voor het raam staan en tel met me mee', zegt Thijs. 'Een, twee, drie, vier.. Meer dan tien bouwkranen actief in mijn stadsdeel. Mooi he'.

Reacties
Een reactie posten