Klein maar fijn

Op deze plek iedere week een nieuwe column. Vandaag over Beesd, Wommels, en het overzichtelijke leven.

Bezigheden brachten mij vorige week naar Beesd en Wommels. Beesd is het dorp waar ik ben opgegroeid. In ‘mijn tijd’ een overzichtelijk dorp. Je had er de Voorstraat, de Middenstraat en de Achterstaat, welke met elkaar verbonden werden door de Tussenstraat. De rolverdeling tussen de bewoners onderling, de dominee, het schoolhoofd, de bakker, de garagehouder –tevens taxichauffeur en brandweercommandant- was al even strak geordend als het stratenpatroon. Verreweg de meeste beslissingen over het dorp werden ook in het dorp genomen.  Als lagere schoolleerling deed ik er mijn eerste demonstratie ervaring op.  Met een stuk of twintig kinderen stonden we op een zomerse avond met spandoeken bij het gemeentehuis om te protesteren tegen het feit dat de eigenaar van  zwembad Betuwestrand voornemens was niet langer voor ons betaalbare abonnementen te verkopen. Het duurde niet lang of de burgemeester kwam, opende met een sleutel eigenhandig het gemeentehuis  en wees ons een stoel  in de raadzaal. ‘Zo, vertellen jullie het eens…’  Natuurlijk was de negatieve  kant van deze kneuterig aandoende vaste rolverdeling dat  mensen in het dorp die voor een dubbeltjes  geboren waren het in de heersende pikorde niet snel tot een kwartje zouden brengen. Het was een gesloten, zich zelf instandhoudend  systeem. Maar overzichtelijk was het wel. Ik dacht er aan terug toen ik vorige week een tweede dorp bezocht, Wommels, 2300 inwoners, deeluitmakend van de gemeente Littenseradiel. In deze gemeente wonen met elkaar 11.000 mensen verdeeld over 29 dorpen. ‘Is 11.000 inwoners niet veel te weinig om  tegenwoordig nog als volwaardige gemeente te kunnen functioneren?’, vroeg ik de burgemeester. Ze toverde een boekje te voorschijn: ‘In eigen lûd’, strategische visie gemeente Littenseradiel: ‘Het provinciebestuur koerst op schaalvergroting. Om ons heen zien we de opschaling van onze maatschappelijke partners: de woningbouwcorporatie, de thuiszorg, de bestuurlijke verzelfstandiging van het openbaar onderwijs. Ten opzichte van deze instanties is Littenseradiel niet meer symmetrisch. De discussie hoort echter niet alleen bestuurlijk te zijn, maar ook politiek. Een gemeentebestuur is het bestuur van de gemeenschap, die bestaat uit burgers die zich in hun bestuur willen herkennen. Die burger komt bij de opschaling verder van zijn bestuur af te staan. Wie de burger als klant wil beschouwen hoeft eigenlijk alleen nog te kijken naar het leveren van het beste product tegen de laagste prijs. Het marktdenken, dat een enorme impuls heeft gegeven aan de opschaling, heeft ook in overheidsland zo’n  vlucht genomen, dat veel gemeenten hun inwoners eerder als klant dan als kiezer beschouwen. Uit recent onderzoek blijkt dat de inwoners vaak als klant redelijk tot zeer tevreden zijn, maar als kiezer helemaal niet. Toch zetten de meeste gemeenten juist op de dienstverlening heel sterk in en niet op versterking van de lokale politiek. Wij zien de relatie met burgers als de kern waar alles om draait.’. Ze roeien tegen de stroom in, daar in het verre Friesland, maar ze hebben wel gelijk.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Puzzelen

Europa

Ministeriële ontheffing