Stedelijk museum
Op deze plek iedere week een column, deze week over het Stedelijk, Leda en Matisse...
Amsterdam. Voor de tweede keer binnen een jaar loop ik in het Stedelijk Museum. Wat bijzonder is want sinds 2007 is het museum ‘wegens verbouwing gesloten’. Amsterdammers hebben een hekel aan half werk. Een museum, een metrolijn, een station, een beetje bouwklus kost er al snel een jaar of tien. Maar dan heb je ook wat. In het geval van het Stedelijk verrijst er naast het oude vertrouwde gebouw een prachtige nieuwe kunstbadkuip. In het najaar was het oude gebouw voor het eerst weer tijdelijk open. The Temporary bleek een aardige tentoonstelling, maar de sensatie zat hem in de nostalgie. Die mooie trap weer op mogen lopen. Al ronddolend voor de geest halen waar wat ook alweer hing. De openstelling bleek een groot succes. ‘De deur open doen en kunst neerzetten waar mensen dan naar kunnen kijken, dat kunnen we wel vaker doen’, moet directeur Ann Goldstein gedacht hebben. Briljante formule. Topdirecteur. Dus loop ik een half jaar later door ‘Temporary 2’. Ik begin op de begane grond met een overzicht van TV-kunst. Een meisje dat een handstand doet. Een toestel dat knetterend buiten zich zelf treed. Leuke dingen. Wel allemaal erg ver terug in de tijd. Het zal ze in dit museum voor hedendaagse kunst tijdens alle verbouwingsdrukte toch niet zijn ontgaan dat computer en internet hun intrede hebben gedaan? Dan wordt het leuk. Prachtige boekjes van herman de vries. ‘De poëzie is mijn wereld…De wereld is mijn kans’. De in Alkmaar geboren de vries –geen hoofdletters, om "hiërarchieën te vermijden"- leeft nog, ziet er uit als Sinterklaas, woont echter niet in Madrid maar is verhuisd naar Beieren. Kijk, dat wist ik niet. In een volgende zaal een terugblik op de oude roemruchte tentoonstellingen ‘Bewogen beweging’ en ‘Dylaby’, gevolgd door een zaal met Cubaanse affiches ter bevordering van de suikerproductie. Komt een beetje hapsnap over allemaal, maar het is er. En dan in de ere zaal boven aan de trap zomaar de uitgeknipte figuren van Henri Matisse. In Oek de Jong’s boek Cirkel in het gras’ geeft dit werk Leda Simonettie het laatste zetje om zelf met kleuren, knippen, mozaïek aan de slag te gaan. ‘Na een paar minuten herkende ze in de abstracte vormen grote en veelvingerige bladeren, daar links een vogel en rechtsboven een vrouw, zittend op haar knieën en zo te zien in de weer met haar haren’. Dat kan geen toeval zijn, Matisse daar boven aan de trap. Een betere illustratie dat musea open horen te zijn en niet dicht is nauwelijks denkbaar. ‘Mijn kinderen groeien op zonder dat ze ooit in het Stedelijk zijn geweest’ hoorde ik vorig jaar iemand zeggen. ‘De meeste kinderen in de wereld groeien op zonder dat ze ooit op school zijn geweest’, dacht ik daar direct achter aan, maar daarmee doe ik musea en de muzen geen recht. Je kunt de wereld een beetje beter proberen te maken door ten strijde te trekken tegen onrecht. Je kunt, zoals Remco Campert ooit zei, het ook doen door er iets moois aan toe te voegen.
"Wel allemaal erg ver terug in de tijd. Het zal ze in dit museum voor hedendaagse kunst tijdens alle verbouwingsdrukte toch niet zijn ontgaan dat computer en internet hun intrede hebben gedaan?" maar gelukkig nog wel oog voor Matisse die toch met schaar en lijm een stuk verder teruggaat dan TV kunst. En om herman de vries met Sinterklaas te vergelijken? Zal ook wel grappig bedoeld zijn.
BeantwoordenVerwijderenCo Seegers