2.188 kinderen
Toen mij dik een jaar geleden gevraagd werd waarom ik lijsttrekker wilde worden van de PvdA was mijn eerste antwoord: 'Er leeft ook in Alkmaar een grote groep kinderen rond of onder de armoedegrens. Dat is voor mij onbestaanbaar. Ik wil weten hoe deze kinderen heten, waar ze wonen, en waar ze naar school gaan, zodat we ze stuk voor stuk uit deze situatie kunnen halen’. De afgelopen jaren is er in Alkmaar onder leiding van Wim van Veen veel gedaan aan armoedebeleid. En met succes. De FNV noemde ons zelfs de sociaalste stad van Nederland. Toch ben ik blij dat dit college heeft afgesproken er als het gaat om kinderen in armoede een tandje bij te zetten: niet alleen maatregelen nemen om deze kinderen financieel te ondersteunen via bijzondere bijstand, stadspas, en andere inkomensondersteunende maatregelen, maar ook een plan maken om deze kinderen structureel uit deze situatie te halen.
De eerste stap die we inmiddels hebben gezet is met behulp van de armoedemonitor in kaart brengen om welke groep kinderen we het precies hebben. Van de 18.611 kinderen in Alkmaar leven er 2.188 in een minimumhuishouden tot 120% van het sociaal minimum. Een aantal waar ik van schrik. Waar vinden we deze kinderen? De helft van de betrokken kinderen groeit op in een eenoudergezin. De helft van de kinderen bevindt zich in de groep 'niet westerse allochtonen'. Bij deze cijfers past overigens wel een kleine nuance. Niet ieder kind dat opgroeit in een minimumhuishouden groeit ook op in armoede. Het maakt veel uit of er slechts tijdelijk sprake is van een laag inkomen, of dat deze inkomenssituatie lange tijd achterheen bestaat. Maar ondanks deze nuance blijft het een schrikwekkend hoog aantal kinderen dat je niet zou verwachten in een welvarende stad als Alkmaar. De tweede stap die inmiddels heeft plaatsgevonden is uitzoeken in hoeverre deze kinderen al worden bereikt met bestaande maatregelen. Resultaat van dit onderzoek: Het blijkt dat rond de 40% van de betrokken kinderen gebruik maakt van een of meer inkomensondersteunende voorzieningen. Geen slechte score als je die vergelijkt met resultaten in veel andere steden, maar als je 40% bereikt bereik je dus ook 60% (nog) niet...
Wat is de volgende stap? We zullen de komende maanden nog verder inzoomen op de groep kinderen waar het om gaat: Wat zijn gemeenschappelijke kenmerken, waar wonen deze kinderen, welk deel van de 2.188 kinderen behoort echt tot een risicogroep? In het voorjaar zal het college komen met concrete voorstellen die er op gericht zijn het gebruik van bestaande voorzieningen te verhogen zodat de groep van 60% die nu geen gebruik maakt van deze inkomensondersteunende voorzieningen kleiner wordt. Een vangnet maken kan de gemeente overigens niet alleen. Daarom is het goed dat afgelopen vrijdag tijdens een bijeenkomst in het kader van de stedenestafette tegen armoede door vele Alkmaarders en organisaties gesproken is over samenwerking. Daarnaast komt er dit voorjaar een plan dat er op is gericht kinderen structureel uit deze situatie te halen. Dat is overigens een lastig verhaal. Want als we spreken over kinderen in armoede, spreken we feitelijk natuurlijk over gezinnen in armoede. Participatie en werk zijn dan sleutelwoorden, naast het feit dat goed en extra aandacht binnen het onderwijs er aan bij kan dragen dat een kind de thuissituatie ontstijgt en de negatieve spiraal waarin armoede helaas vaak erfelijk blijkt doorbroken wordt.
En dan nog dit. ‘Kunt u zeggen wat het kost het om 2000 kinderen uit de armoede te halen?’ was de vraag die Leefbaar Alkmaar vorige week stelde tijdens de begrotingsbehandeling. Dat is moeilijk te zeggen. Ik zou die vraag daarom willen beantwoorden met een tegenvraag: Wie durft te tekenen voor de rekening als we deze 2.188 kinderen nu laten zitten?
De eerste stap die we inmiddels hebben gezet is met behulp van de armoedemonitor in kaart brengen om welke groep kinderen we het precies hebben. Van de 18.611 kinderen in Alkmaar leven er 2.188 in een minimumhuishouden tot 120% van het sociaal minimum. Een aantal waar ik van schrik. Waar vinden we deze kinderen? De helft van de betrokken kinderen groeit op in een eenoudergezin. De helft van de kinderen bevindt zich in de groep 'niet westerse allochtonen'. Bij deze cijfers past overigens wel een kleine nuance. Niet ieder kind dat opgroeit in een minimumhuishouden groeit ook op in armoede. Het maakt veel uit of er slechts tijdelijk sprake is van een laag inkomen, of dat deze inkomenssituatie lange tijd achterheen bestaat. Maar ondanks deze nuance blijft het een schrikwekkend hoog aantal kinderen dat je niet zou verwachten in een welvarende stad als Alkmaar. De tweede stap die inmiddels heeft plaatsgevonden is uitzoeken in hoeverre deze kinderen al worden bereikt met bestaande maatregelen. Resultaat van dit onderzoek: Het blijkt dat rond de 40% van de betrokken kinderen gebruik maakt van een of meer inkomensondersteunende voorzieningen. Geen slechte score als je die vergelijkt met resultaten in veel andere steden, maar als je 40% bereikt bereik je dus ook 60% (nog) niet...
Wat is de volgende stap? We zullen de komende maanden nog verder inzoomen op de groep kinderen waar het om gaat: Wat zijn gemeenschappelijke kenmerken, waar wonen deze kinderen, welk deel van de 2.188 kinderen behoort echt tot een risicogroep? In het voorjaar zal het college komen met concrete voorstellen die er op gericht zijn het gebruik van bestaande voorzieningen te verhogen zodat de groep van 60% die nu geen gebruik maakt van deze inkomensondersteunende voorzieningen kleiner wordt. Een vangnet maken kan de gemeente overigens niet alleen. Daarom is het goed dat afgelopen vrijdag tijdens een bijeenkomst in het kader van de stedenestafette tegen armoede door vele Alkmaarders en organisaties gesproken is over samenwerking. Daarnaast komt er dit voorjaar een plan dat er op is gericht kinderen structureel uit deze situatie te halen. Dat is overigens een lastig verhaal. Want als we spreken over kinderen in armoede, spreken we feitelijk natuurlijk over gezinnen in armoede. Participatie en werk zijn dan sleutelwoorden, naast het feit dat goed en extra aandacht binnen het onderwijs er aan bij kan dragen dat een kind de thuissituatie ontstijgt en de negatieve spiraal waarin armoede helaas vaak erfelijk blijkt doorbroken wordt.
En dan nog dit. ‘Kunt u zeggen wat het kost het om 2000 kinderen uit de armoede te halen?’ was de vraag die Leefbaar Alkmaar vorige week stelde tijdens de begrotingsbehandeling. Dat is moeilijk te zeggen. Ik zou die vraag daarom willen beantwoorden met een tegenvraag: Wie durft te tekenen voor de rekening als we deze 2.188 kinderen nu laten zitten?
Reacties
Een reactie posten